Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2014
Onder 3.4.2. Parket bij de Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:382.
Ook middel II slaagt. Mede gelet op de hiervoor in 3.3.3 weergegeven achtergrond van artikel 35, lid 2 , van de Wet moet het daarin bepaalde worden gekenschetst als een praktische maatregel die er toe strekt de uitvoerbaarheid te bevorderen door de bewijsnood die ontstaat in de situatie bedoeld in het eerste lid van dat wetsartikel, voor risico te laten komen van degene die geacht kan worden deze bewijsnood te hebben veroorzaakt, zijnde de belastingplichtige. Voor zover deze maatregel al een afschrikwekkende of bestraffende werking heeft, blijft de zo-even bedoelde, niet punitieve, strekking zozeer overwegen, dat in dit verband niet kan worden gesproken van een ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6 EVRM. ’s Hofs andersluidende oordeel is onjuist. 3.5.1. Middel III bestrijdt ’s Hofs hiervoor in 3.2.4 omschreven oordeel dat de Inspecteur in het onderhavige geval ten onrechte een boete heeft opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/652a2201f8de4dbd32ae420bbaabacd7863b91be8d659ba06b788cd0193ea2e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 652a2201f8de4dbd32ae420bbaabacd7863b91be8d659ba06b788cd0193ea2e1, en de alinea staat in dat document op bytes 74981 tot 75918.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/652a2201f8de4dbd32ae420bbaabacd7863b91be8d659ba06b788cd0193ea2e1 | shasum -a 256