Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2014
Onder 4.18. Parket bij de Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:382.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen is het Hof van oordeel dat de heffing op grond van artikel 69 van de Wet MRB geen compensatie is voor onbetaald gebleven belasting en dat deze heffing dient te worden aangemerkt als een bestraffing voor het niet-voldoen aan de krachtens artikel 1, lid 2, van de Wet MRB gestelde voorwaarden voor motorrijtuigen in bedrijfsvoorraad en heeft – gelet op de heffing over twaalf maanden en de uit het arrest van de Hoge Raad van 17 februari 2006, 41 660, ECLI:NL:HR:2006:AV1717 volgende mogelijkheid de naheffing voor een ongelimiteerd aantal keren (kalenderdagen) te effectueren – een afschrikwekkend karakter. Vorenbedoelde heffing heeft een dusdanig afschrikwekkend en bestraffend karakter dat deze heffing moet worden aangemerkt als een ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) (vergelijk onder meer: EHRM 20 december 2007, 21638/03, Paykar YEV Haghtanak Ltd en EHRM 4 november 2008, 72596/01, Balsyte-Lideikiene).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/652a2201f8de4dbd32ae420bbaabacd7863b91be8d659ba06b788cd0193ea2e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 652a2201f8de4dbd32ae420bbaabacd7863b91be8d659ba06b788cd0193ea2e1, en de alinea staat in dat document op bytes 104963 tot 106039.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/652a2201f8de4dbd32ae420bbaabacd7863b91be8d659ba06b788cd0193ea2e1 | shasum -a 256