Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2014

Onder 4.19. Parket bij de Hoge Raad 22 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:382.

Uit hetgeen is overwogen onder 4.8, 4.9 en 4.12 volgt naar het oordeel van het Hof, dat belanghebbende niet kan worden verweten belasting welke op aangifte had moeten worden voldaan niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de in de belastingwet gestelde termijn te hebben betaald (artikel 67c, lid 1, van de AWR) dan wel dat belanghebbende niet kan worden verweten belasting welke op aangifte had moeten worden voldaan niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de in de belastingwet gestelde termijn te hebben betaald omdat hij ten onrechte een vrijstelling zou hebben genoten (artikel 67c, lid 4, van de AWR). Eerst met onderhavige naheffingsaanslag is, zoals reeds geoordeeld, voor belanghebbende een verschuldigdheid van belasting en een betalingsverplichting ontstaan. Dit geldt temeer, nu de Inspecteur niet heeft gesteld, en ook is niet gebleken, dat de motorrijtuigenbelasting ter zake van het handelaarskenteken niet is (aangegeven en) voldaan (artikel 62 en 64 van de Wet MRB). De overeenkomstig artikel 67c van de AWR opgelegde boete is dan ook om deze reden ten onrechte opgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/652a2201f8de4dbd32ae420bbaabacd7863b91be8d659ba06b788cd0193ea2e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 652a2201f8de4dbd32ae420bbaabacd7863b91be8d659ba06b788cd0193ea2e1, en de alinea staat in dat document op bytes 33381 tot 34493.