Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 april 2014
Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:382.
Mijns inziens miskent het Hof met zijn oordeel over de opgelegde boete dat het bij de beantwoording van de vraag of ingevolge de artikelen 69 en 70 jo. 37 Wet MRB jo. artikel 67c AWR een boete kan worden opgelegd, niet gaat om het bewijs dat de gedraging van artikel 67c AWR zich heeft voorgedaan, maar om het bewijs dat het feit van artikel 69 Wet MRB zich heeft voorgedaan. Zulks volgt mijns inziens zowel uit de tekst van artikel 37 Wet MRB als uit doel en strekking daarvan. Uit artikel 69 Wet MRB vloeit voort dat de door het Hof genoemde omstandigheid dat belanghebbende niet het verwijt kan worden gemaakt dat hij belasting welke op aangifte had moeten worden voldaan niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de in de belastingwet gestelde termijn heeft betaald, al dan niet omdat hij ten onrechte een vrijstelling zou hebben genoten, geen invloed heeft op de in dat artikel gegeven naheffingsbevoegdheid. Daarmee strookt dat die omstandigheid ook niet relevant is voor de beantwoording van de vraag of bij het opleggen van een naheffingsaanslag op de voet van artikel 69 Wet MRB tevens een boete kan worden opgelegd. Het is voor het opleggen van de boete ingevolge de artikelen 70 en 37 Wet MRB jo. artikel 67c AWR evenmin relevant of de belasting al dan niet verschuldigd was bij de aanvang van het naheffingstijdvak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/652a2201f8de4dbd32ae420bbaabacd7863b91be8d659ba06b788cd0193ea2e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 652a2201f8de4dbd32ae420bbaabacd7863b91be8d659ba06b788cd0193ea2e1, en de alinea staat in dat document op bytes 39867 tot 41210.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/652a2201f8de4dbd32ae420bbaabacd7863b91be8d659ba06b788cd0193ea2e1 | shasum -a 256