Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014
Onder 4.5. Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:408.
Het wetsvoorstel dat art. 290 Sv wijzigde en art. 27a Sv invoerde, had als hoofddoelstelling het versterken van een juiste, betrouwbare en zorgvuldige vaststelling van de identiteit van verdachten en veroordeelden in de strafrechtketen. In de tweede plaats had het wetsvoorstel tot doel ook getuigen de verplichting op te leggen zich desgevraagd tegenover de rechter te legitimeren. Het gevolg van deze wetswijziging is dat per 1 oktober 2010 – de wet kent geen overgangsbepalingen en heeft naar moet worden aangenomen derhalve onmiddellijke werking – de getuige wordt gevraagd naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum, het adres waarop hij in de basisregistratie personen is ingeschreven en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats, terwijl tot 1 oktober 2010 slechts gevraagd hoefde te worden naar naam en voornamen, geboortedatum, woon- of verblijfplaats en zijn beroep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08a2cbfa38d5e8757cefb2867e1ec02f6c6d3307a7a28e0f74dd2379d8859a7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08a2cbfa38d5e8757cefb2867e1ec02f6c6d3307a7a28e0f74dd2379d8859a7e, en de alinea staat in dat document op bytes 7905 tot 8980.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08a2cbfa38d5e8757cefb2867e1ec02f6c6d3307a7a28e0f74dd2379d8859a7e | shasum -a 256