Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014
Onder 4.8. Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:408.
Voor zover het middel daarover bedoelt te klagen, geldt het volgende. Niet-naleving van art. 290 lid 1, eerste volzin, Sv is door de wet niet met nietigheid bedreigd. De aard van het voorschrift is ook niet zodanig, dat (gedeeltelijke) niet-naleving ervan steeds een substantiële nietigheid oplevert. Reden om in het onderhavige geval een dergelijke substantiële nietigheid aan te nemen, zie ik niet. De getuige is nota bene in persoon opgeroepen en naar de zitting medegebracht, zodat aangenomen mag worden dat haar adresgegevens bekend zijn en kloppen. Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt ook niet dat de raadsman bezwaar heeft aangetekend tegen de gebrekkige vaststelling van de personalia of heeft aangevoerd dat hij twijfelde aan de identiteit van de getuige. Welk belang de verdachte bij de klacht heeft, is mij dan ook eerlijk gezegd niet duidelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08a2cbfa38d5e8757cefb2867e1ec02f6c6d3307a7a28e0f74dd2379d8859a7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08a2cbfa38d5e8757cefb2867e1ec02f6c6d3307a7a28e0f74dd2379d8859a7e, en de alinea staat in dat document op bytes 11353 tot 12363.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08a2cbfa38d5e8757cefb2867e1ec02f6c6d3307a7a28e0f74dd2379d8859a7e | shasum -a 256