Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014

Onder 5.6. Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:408.

De Hoge Raad heeft zich altijd terughoudend opgesteld als het om de waardering van het bewijs gaat. Vanzelf spreekt dat niet. Dat het anders kan laat de rechtspraak van het Bundesgerichtshof zien. De vraag is of de Hoge Raad, in een tijd waarin de focus gericht heet te zijn op zaken die ertoe doen, niet een beetje in de richting van het Duitse voorbeeld zou moeten opschuiven. Tot de zaken die er wat de rechtsbescherming betreft, toe doen, zou ik in elk geval zaken willen rekenen waarin de verdachte is veroordeeld op een ingetrokken bekentenis die geen steun vindt in bewijs uit andere bron. Ik pleit dus niet voor een aanscherping van de motiveringseis over de hele linie, maar in ieder geval voorlopig voor een serieuze invulling van de motiveringeis in gevallen die daar vanuit een oogpunt van rechtsbescherming om vragen. Het kan daarbij zinvol zijn om criteria te ontwikkelen die aangeven wanneer van zo een geval sprake is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08a2cbfa38d5e8757cefb2867e1ec02f6c6d3307a7a28e0f74dd2379d8859a7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08a2cbfa38d5e8757cefb2867e1ec02f6c6d3307a7a28e0f74dd2379d8859a7e, en de alinea staat in dat document op bytes 28727 tot 29802.