Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014

Onder 5.9. Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:408.

Met de stellers van het middel meen ik dat het uiterst onbevredigend is dat het Hof in zijn motivering enkel aandacht besteedt aan het voor het bewijs gebruikte belastende materiaal, en niet ingaat op het ontlastende materiaal dat daar tegenover staat. Hoe het Hof het belastende en ontlastende bewijsmateriaal tegen elkaar heeft afgewogen, blijft onduidelijk, terwijl een werkelijke verantwoording van de bewijsbeslissing zich op die afweging zou moeten richten. Door de werkwijze van het Hof komt uit de bewijsmotivering “eenduidig” naar voren dat de verdachte de feiten heeft begaan, maar die eenduidigheid is slechts schijn. De redelijke twijfel aan het daderschap dat door de betrouwbaarheidsverweren wordt gewekt, wordt wat mij betreft door die motivering niet weggenomen. Ik merk daarbij op dat het beroep dat het Hof doet op de daderwetenschap die in de verklaring van getuige [getuige] is verwerkt, minder sterk is dan het lijkt. Aan de voor de hand liggende mogelijkheid dat de getuige deze daderwetenschap heeft ontleend aan hetgeen zij van haar toenmalige vriend [medeverdachte 2] heeft gehoord, gaat het Hof voorbij. Waarom dit steunbewijs zwaarder moet wegen dan de niet-match met het DNA-spoor van de onbekende man B blijft in elk geval de vraag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08a2cbfa38d5e8757cefb2867e1ec02f6c6d3307a7a28e0f74dd2379d8859a7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08a2cbfa38d5e8757cefb2867e1ec02f6c6d3307a7a28e0f74dd2379d8859a7e, en de alinea staat in dat document op bytes 32574 tot 33852.