Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014

Onder 5.11. Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:408.

De medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn op de terechtzitting van het Hof van 28 oktober 2011 als getuigen gehoord. Erg overtuigend komt de intrekking van hun voor de verdachte belastende verklaringen daarbij niet over. De redenen die zij opgeven voor het feit dat zij bij de politie gelogen zouden hebben, lopen uiteen en zijn ook nog eens uiterst summier. Na enig aandringen wil [medeverdachte 1] nog wel verklaren dat hij zich kan herinneren dat hij bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat hij de verdachte de schuld moest geven en dat hij nog steeds achter die verklaring staat, maar op de vraag van de verdachte waarom hij hem heeft beschuldigd, antwoordt hij dat hij daarover niets kan verklaren. [medeverdachte 2] wil nog wel verklaren dat hij “gejokt” heeft dat [verdachte] erbij was, maar toen daarop werd doorgevraagd, weigerde hij nog iets te zeggen. De mogelijkheid dat de verdachte zijn medeverdachten onder druk heeft gezet, zoals de advocaat-generaal suggereerde , valt daarbij niet uit te sluiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08a2cbfa38d5e8757cefb2867e1ec02f6c6d3307a7a28e0f74dd2379d8859a7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08a2cbfa38d5e8757cefb2867e1ec02f6c6d3307a7a28e0f74dd2379d8859a7e, en de alinea staat in dat document op bytes 34623 tot 35744.