Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014
Onder 5.13. Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:408.
Dat de aangever bij de derde dader geen tatoeages heeft opgemerkt, kan mogelijk verklaard worden door het feit dat, zoals de verdediging erkende, deze dader handschoenen droeg en de tatoeage in de nek aan de rechterzijde zat. Weliswaar hield het verweer ook in dat deze dader zijn handschoenen volgens de aangever enkele malen heeft uitgetrokken en dat de dader twee keer is uitgestapt, maar of het zo is dat, als de verdachte die dader was, de tatoeages de aangever toen moeten zijn opgevallen, lijkt mij niet zeker. Dat van de derde dader een DNA-spoor ontbrak, kan, zoals de advocaat-generaal in zijn requisitoir aanvoerde, verklaard worden door het feit dat deze dader zijn flesje AA-drink had weggegooid (zie bewijsmiddel 1). Voorts staat niet vast dat het spoor op de panty een daderspoor is. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet wat de panty met het hele gebeuren te maken heeft, terwijl de verdediging daarover ook niets heeft aangevoerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08a2cbfa38d5e8757cefb2867e1ec02f6c6d3307a7a28e0f74dd2379d8859a7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08a2cbfa38d5e8757cefb2867e1ec02f6c6d3307a7a28e0f74dd2379d8859a7e, en de alinea staat in dat document op bytes 36428 tot 37448.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08a2cbfa38d5e8757cefb2867e1ec02f6c6d3307a7a28e0f74dd2379d8859a7e | shasum -a 256