Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2014

Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:41.

In mijn conclusie voor HR 8 juni 1977, BNB 1977/190, blz. 852, regel 31, - blz. 853, regel 5, en blz. 855, regels 19-20, zette ik vervolgens uiteen, dat het Besluit IB '41 naar tekst en toelichting medebracht de rente wel als verwervingskosten in aanmerking te nemen (zie nog art. 16, lid 1, onder 2, IB '41, dat ,,kosten van verwerving van inkomsten'' uitsloot van de persoonlijke verplichtingen) en (blz. 853, regels 26-47) dat de Wet IB '64 in dit opzicht bij haar voorganger aansluit. Weliswaar volgde HR 6 november 1963, BNB 1964/3, de uitspraak a quo door betaalde interessen te kwalificeren als persoonlijke verplichtingen, niettegenstaande de lening was aangegaan ter financiering van roerend kapitaal waaruit opbrengst verkregen was, maar deze zienswijze is achterhaald door HR 8 juni 1977, BNB 1977/190.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aad47203270ff472006932017273568105f5f8c8094e6d65ca4cf661eedae654. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aad47203270ff472006932017273568105f5f8c8094e6d65ca4cf661eedae654, en de alinea staat in dat document op bytes 34377 tot 35203.