Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2014

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:427.

Het bewijs dat de voorbereiding tevens betrekking had op het seksueel binnendringen tegen de wil door (bedreiging met) een feitelijkheid kan volgen uit de verklaringen van aangever Stegeman en uit de mailwisseling tussen verdachte en "Richard". Hieruit blijkt dat het gaat om een ontmoeting tussen drie volwassen mannen en een 10-jarig meisje met als doel met dit meisje tegen betaling seks te hebben. Verdachte heeft onder meer het volgende gemaild: ‘Mijn mening over het niet vertellen aan Katarina (hof: de moeder van Laura) of niet, om maar eens in detail te gaan: weet ze bv dat we eventueel willen neuken? (...) Ikzelf zou het heel graag willen natuurlijk. Er zijn zoveel zaken waarvan ik niet denk dat Katharina bezwaar zou tegen hebben (anders kan je niets meer doen) en ook als Laura het onwennig is of niet leuk vindt: dat Laura ons moet pijpen, zich laten uitlikken, strelen, kussen, sperma in de mond of op snoetje enz. (....) Een kind ondergaat alles (....) mss vindt ze het niet leuk vastgebonden te worden, maar wel "draaglijk" en spannend als het als een spelletje overkomt.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0d8998884439f711cbd28400944a1087dd76a6811cd8f81e85e0db2bc0496c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0d8998884439f711cbd28400944a1087dd76a6811cd8f81e85e0db2bc0496c0, en de alinea staat in dat document op bytes 34562 tot 35670.