Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2014

Onder 3.1 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:441.

Onderdelen 1.1 en 1.2 klagen – kort samengevat – dat de Ondernemingskamer (in rov. 3.7 e.v.) bij de beoordeling van het enquêteverzoek en de verzoeken tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen, een onjuiste beoordelingsmaatstaf heeft gehanteerd. Volgens de onderdelen is het optreden van het bestuur van Novero en het handelen van [betrokkene 2] en van [betrokkene 3] ten onrechte op terughoudende wijze getoetst. Voor een terughoudende toetsing zou in het onderhavige geval geen reden zijn. Het gaat hier – aldus het onderdeel – niet om een reguliere toetsing van ondernemingsbeleid, maar om toetsing in de bijzondere situatie waarin de Ondernemingskamer bij wege van onmiddellijke voorziening een tijdelijk commissaris en bestuurder en een tijdelijk beheerder van aandelen heeft benoemd. Het handelen van dergelijke functionarissen dient volgens de onderdelen ‘ten volle’ te worden getoetst. Dit zou eens te meer gelden voor de beoordeling van de door de tijdelijke functionarissen genomen en te nemen besluiten welke diep ingrijpen in de vennootschap of haar onderneming en die onomkeerbare gevolgen hebben. De onderdelen klagen in dit verband tevens dat ten onrechte toepassing is gegeven aan de zogenaamde ‘business judgment rule’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52af6b9d1c3da4282f12e257a6ee8f844d33b38bca09468bfa9d1c28d7c5c75a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52af6b9d1c3da4282f12e257a6ee8f844d33b38bca09468bfa9d1c28d7c5c75a, en de alinea staat in dat document op bytes 21839 tot 23111.