Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2014

Onder 3.18 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:441.

Voor de beoordeling van de klachten van onderdelen 2.1 en 2.2 is voorts van belang dat de Ondernemingskamer in zijn algemeenheid niet gehouden is om in een uitspraak zoals die hier aan de orde is, telkens te motiveren om welke redenen art. 1 Eerste Protocol haar niet dwingt tot het doen van een anders luidende uitspraak. Een dergelijke motivering kan wel verlangd worden indien de stellingen die partijen in de procedure voor de Ondernemingskamer hebben aangevoerd, daartoe aanleiding geven (zie hierover meer uitvoerig mijn conclusie van 9 december 2010, ECLI:NL:PHR:2011:BO7067, onder 3.16 e.v.; en de daarop volgende uitspraak van de Hoge Raad van 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7067, NJ 2011/335, rov. 3.11-3.12 (Inter Access)).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52af6b9d1c3da4282f12e257a6ee8f844d33b38bca09468bfa9d1c28d7c5c75a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52af6b9d1c3da4282f12e257a6ee8f844d33b38bca09468bfa9d1c28d7c5c75a, en de alinea staat in dat document op bytes 37330 tot 38146.