Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2014

Onder 3.21 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:441.

Onderdeel 2.3 richt zich tegen de ter terechtzitting van 24 oktober 2013 door de Ondernemingskamer – onder verwijzing naar artikel 2.1.4.4 van het ‘Procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken gerechtshoven’ en naar de goede procesorde – gegeven beslissing dat geen acht wordt geslagen op de door mr. Spinath en de door mr. Jurgens in de twee dagen voorafgaande aan de terechtzitting toegezonden producties (zie p-v van de zitting van 24 oktober 2013, p. 3-4; en rov. 1.9 van de bestreden beschikking). Het onderdeel klaagt dat de procedure bij de Ondernemingskamer met deze beslissing niet voldoet aan de vereisten van art. 6 lid 1 EVRM (‘fair trial’) en de vereisten van art. 13 EVRM (‘effective remedy’). Ook zou er sprake zijn van een schending van art. 1 Eerste Protocol. Het onderdeel stelt in dit verband – kort samengevat – dat uit de aanvullende producties die Riamo in het geding had willen brengen, bleek dat Riamo concrete alternatieven had voor de financiering van de onderneming van Novero; deze alternatieven bestonden, aldus het onderdeel, uit de bereidheid van bepaalde partijen om op korte termijn een indicatief bod te doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52af6b9d1c3da4282f12e257a6ee8f844d33b38bca09468bfa9d1c28d7c5c75a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52af6b9d1c3da4282f12e257a6ee8f844d33b38bca09468bfa9d1c28d7c5c75a, en de alinea staat in dat document op bytes 40094 tot 41295.