Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2014
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:45.
Uit de kopieën van de oproepingsbrieven lijkt te kunnen worden afgeleid dat de man door het hof eerder bij brief een verweertermijn was gegeven als bedoeld in art. 1.3.2 Pvfg. Deze oproepingsbrieven verwijzen voor het overleggen van stukken namelijk naar een bijlage bij “onze eerdere brief waarbij u een verweertermijn is gegeven.” Uit het procesdossier blijkt niet of deze brief de man heeft bereikt. Wat daarvan zij, uit de vaststellingen van het hof onder het kopje ‘Het geding in hoger beroep’ laat zich afleiden dat de man geen verweerschrift heeft ingediend. Daarmee moest hij worden aangemerkt als een niet in het geding verschenen belanghebbende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43fb3a9658d0e8c564701077be644967826e3123e25c9e5d3fa202dc0807e821. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43fb3a9658d0e8c564701077be644967826e3123e25c9e5d3fa202dc0807e821, en de alinea staat in dat document op bytes 14049 tot 14727.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43fb3a9658d0e8c564701077be644967826e3123e25c9e5d3fa202dc0807e821 | shasum -a 256