Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2014
Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:45.
Daarmee is aannemelijk geworden dat de man ten onrechte niet overeenkomstig art. 272 en 275 Rv is opgeroepen en dat hij als gevolg daarvan niet is verschenen. Door desondanks de zaak te behandelen en een beschikking te geven, heeft het hof het beginsel van hoor en wederhoor geschonden. Daaraan doet niet af dat, zoals ter zitting namens de vrouw is gesteld – hetgeen de man in cassatie heeft betwist –, de advocaat van de vrouw een kopie van het appelschrift heeft toegestuurd aan de advocaat van de man.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43fb3a9658d0e8c564701077be644967826e3123e25c9e5d3fa202dc0807e821. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43fb3a9658d0e8c564701077be644967826e3123e25c9e5d3fa202dc0807e821, en de alinea staat in dat document op bytes 17017 tot 17604.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43fb3a9658d0e8c564701077be644967826e3123e25c9e5d3fa202dc0807e821 | shasum -a 256