Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014
Onder 2.2.3. Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:47.
De gevorderde afgifte van een afschrift van de processtukken heeft slechts betrekking op een onderdeel van de vorderingen. In de motivering van de rechtbank (van p. 5 tot 17) besteedt de rechtbank ongeveer een halve bladzijde aan de bergingskosten. Ook in de stellingen van [eiseres] was er dus geen beletsel om de, dwingend door de peremptoirstelling voorgeschreven, termijn voor het nemen van de memorie van grieven te benutten ten aanzien van alle overige overwegingen en beslissingen van de rechtbank. Op basis van de informatie die [eiseres] reeds voorhanden had, moest [eiseres] eveneens in staat geacht worden haar bezwaren tegen het oordeel omtrent de bergingskosten te kunnen formuleren. Voor het geval de – latere – verstrekking van de processtukken van de procedure [verweerster]/Multraship voor [eiseres] nieuwe feiten of omstandigheden zouden opleveren, zou voor haar, ingevolge inmiddels vaste jurisprudentie, de mogelijkheid bestaan om haar stellingen aan deze nieuwe feiten of omstandigheden aan te passen en zonodig een nieuwe grief te formuleren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f9e7ed0c04f1878fc57b7959f40dafe7281a32931981fcbbc8894e511c558c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f9e7ed0c04f1878fc57b7959f40dafe7281a32931981fcbbc8894e511c558c9, en de alinea staat in dat document op bytes 13920 tot 15001.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0f9e7ed0c04f1878fc57b7959f40dafe7281a32931981fcbbc8894e511c558c9 | shasum -a 256