Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014
Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:47.
Daarnaast wordt geklaagd dat het hof met zijn oordeel in rechtsoverweging 2.2.2 heeft miskend dat geen rechtsregel met zich brengt dat [eiseres] gehouden was haar incidentele vordering in te stellen vóór het nemen van de memorie van grieven. Voorts zijn de door het hof in aanmerking genomen omstandigheden, mede in het licht van de feitelijke vaststellingen in rechtsoverweging 2.2.2, onvoldoende voor het oordeel dat van [eiseres] had mogen worden verwacht dat zij haar incidentele vordering op een eerder moment zou hebben gedaan. Verder is het oordeel, aldus het onderdeel, van het hof in rechtsoverweging 2.2.3, innerlijk tegenstrijdig en getuigt het van een onjuiste rechtsopvatting omdat het hof heeft miskend dat een processtuk dat nog niet ter inzage van appellant is gekomen niet kan worden aangemerkt als een nieuw feit of omstandigheid waarop ook na indiening van de memorie van grieven nog een aanvullende grief kan worden gebaseerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f9e7ed0c04f1878fc57b7959f40dafe7281a32931981fcbbc8894e511c558c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f9e7ed0c04f1878fc57b7959f40dafe7281a32931981fcbbc8894e511c558c9, en de alinea staat in dat document op bytes 17665 tot 18690.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0f9e7ed0c04f1878fc57b7959f40dafe7281a32931981fcbbc8894e511c558c9 | shasum -a 256