Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014

Onder 4.15. Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:471.

Deze en andere passages maken duidelijk dat de ratio legis van art. 11 lid 3 Opiumwet is gelegen in de bestrijding van de professionele en grootschalige hennepteelt. De focus lijkt aldus te liggen op bepaalde criminele activiteiten, niet op de persoonlijke omstandigheden van bepaalde daders die op grond daarvan een zwaardere straf verdienen. Veelzeggend is wat wordt opgemerkt over criminelen die stromannen inzetten. Dat gedrag zou niet effectief bestreden kunnen worden als niet wordt voorzien in een aparte strafbaarstelling voor beroeps- of bedrijfsmatig handelen. In de voorstelling van de regering vallen onder dat handelen dus ook, of misschien wel juist, de criminele activiteiten van personen die zelf niet telen. De constructie van een persoonlijke omstandigheid die bepaalde telers extra strafbaar maakt, past daarbij minder goed. Voorts zijn de indicatoren voor grootschaligheid en professionaliteit die aan de OM-richtlijnen zijn ontleend (zoals het aantal planten, het aantal oogsten per jaar en het gebruik van technische hulpmiddelen) ook niet direct aan te merken als persoonlijke omstandigheden die alleen op een bepaalde dader betrekking hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8a0cc0983a93d5a60038372ba45f3b02853ad774eb6ecd58bf4d2e66bf41f37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8a0cc0983a93d5a60038372ba45f3b02853ad774eb6ecd58bf4d2e66bf41f37, en de alinea staat in dat document op bytes 29001 tot 30181.