Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2014

Onder 6.3 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:481.

In verband met (i) de tijd die kan verstrijken tussen het gebruik van het inkomensgegeven door de afnemer en de vastlegging ervan in een (navorderings)aanslag, (ii) de mogelijkheid dat een belanghebbende het ruimere belang van het inkomensgegeven niet meteen onderkent bij ontvangst van een (navorderings)aanslag en (iii) de wens tot ruimere rechtsbescherming tegen de vaststelling van het inkomensgegeven dan tegen aanslagen (zie 4.6 en 4.16 hierboven), heeft de wetgever bezwaar tegen een afnemersbeschikking mede aangemerkt als bezwaar tegen of verzoek om ambtshalve vermindering van het inkomensgegeven voor zover dat bezwaar het door de afnemer gebruikte inkomensgegeven bestrijdt (art. 21j(2) AWR; zie 4.10 hierboven). Een dergelijk bezwaar tegen de hoogte van het inkomensgegeven moet worden behandeld door de Inspecteur (het moet dan ook voor dat deel aan hem doorgestuurd worden) en de eventuele bestrijding van diens beslissing moet de fiscale rechtsgang volgen (zie 4.11 en 4.14 hierboven). Ligt zo’n bezwaar ingediend bij de afnemer temporeel buiten de bezwaartermijn tegen de aanslag (te vroeg, zoals in casu, of te laat), dan wordt het aangemerkt als verzoek om ambtshalve vermindering (art. 21j(2) AWR). Wordt dat verzoek (deels) afgewezen, dan is die afwijzing voor bezwaar vatbaar (art. 21k AWR).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d65ab1d74f9af1b13068df90ddaefae7415347cf1b4c6a162b0c88371e1663df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d65ab1d74f9af1b13068df90ddaefae7415347cf1b4c6a162b0c88371e1663df, en de alinea staat in dat document op bytes 77331 tot 78723.