Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2014

Onder 4.8 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:481.

Met de term «bij de heffing» wordt gedoeld op de formalisering van de belastingschuld. Artikel 21c regelt in het eerste lid dat de formele regels die van toepassing zijn op het heffingsproces van de inkomstenbelasting, dat wil dus zeggen bij de vaststelling van de inkomstenbelastingschuld, overeenkomstig toegepast worden bij het bepalen van het authentieke verzamelinkomen. De overeenkomstige toepassing bestrijkt het proces vanaf het opkomen van het verzamelinkomen uit de aangifte inkomstenbelasting, het nader bepalen van het verzamelinkomen bij de aanvullingen op de aangifte, de voorlopige aanslag, de definitieve aanslag en de navorderingsaanslag, tot en met de verminderingen via de bezwaarfase. Het verzamelinkomen doorloopt hiermee dezelfde fasen als de inkomstenbelastingschuld. Ook betekent dit dat het verzamelinkomen zoals dit voor de burger kenbaar wordt op het aanslagbiljet een voor bezwaar vatbare beschikking is. Hierdoor geldt het gesloten stelsel van rechtsbescherming van de Awr ook voor het authentieke verzamelinkomen. Voor zover de inspecteur onderzoek wil doen naar de hoogte van het authentieke inkomensgegeven zijn de inlichtingenverplichtingen van artikel 47 en volgende van overeenkomstige toepassing.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d65ab1d74f9af1b13068df90ddaefae7415347cf1b4c6a162b0c88371e1663df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d65ab1d74f9af1b13068df90ddaefae7415347cf1b4c6a162b0c88371e1663df, en de alinea staat in dat document op bytes 42309 tot 43559.