Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 mei 2014

Onder 7.1 Parket bij de Hoge Raad 21 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:482.

Wanneer een gebouw in verschillende gedeelten wordt overgedragen, zal aan de overdracht van elk van die gedeelten een vergoeding moeten ‘hangen’ om tot belastbaarheid van de levering van dat gedeelte te komen. Uitgangspunt daarbij lijkt mij de door partijen dienaangaande gemaakte afspraken. Zo zien we in het arrest Armbrecht dat voor de verkoop van het privégedeelte van het hotelpand kennelijk een prijs van DM 157.705 was bedongen, welk bedrag werd geaccepteerd als vergoeding voor de overdracht van het privégedeelte zonder dat (in de beschikbare processtukken) zichtbare vragen werden gesteld over het realiteitsgehalte van die prijs. Dat laatste acht ik overigens juist, nu de maatstaf van heffing in de omzetbelasting (de vergoeding) subjectief is: de vergoeding hoeft niet per se de waarde van het geleverde te vertegenwoordigen om de prestatie een economische activiteit te doen zijn. Het is in principe aan contractspartijen om te bepalen welke vergoeding wordt berekend voor een bepaalde prestatie. In mijn noot op het arrest Armbrecht, BNB 1996/62, annoteerde ik omtrent de toerekening van de vergoeding:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/51386753cd937fcca4bab2e4b87cb61f98d4727c89d7a8958ede1d3d4c3279a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 51386753cd937fcca4bab2e4b87cb61f98d4727c89d7a8958ede1d3d4c3279a9, en de alinea staat in dat document op bytes 61647 tot 62847.