Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2014

Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:493.

De klacht faalt naar mijn mening. De rechtbank is op het beroep van Chipshol op misbruik van recht niet diepgaand ingegaan omdat Chipshol daartoe naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende heeft gesteld (rov. 4.8). Ik interpreteer dit oordeel als volgt. Kennelijk zag de rechtbank in hetgeen mr. H.J.M. van Schie op de zitting van 15 november 2013 namens Chipshol heeft aangevoerd met betrekking tot de bevoordeling van overheidspartijen onvoldoende grond voor een oordeel dat de vordering tot onteigening zou moeten worden afgewezen omdat de Staat misbruik van recht maakt door die vordering in te stellen. Die visie van de rechtbank getuigt volgens mij niet van een onjuiste rechtsopvatting en lijkt mij ook begrijpelijk in het licht van de hierboven in 3.2 en 3.3 geciteerde rechtspraak van Uw Raad en de omstandigheden (a) dat de keuze voor het Chipshol onwelgevallige tracé van de omleiding van de A9 bepaald is in een tracébesluit dat in een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang kon worden (en ook is) getoetst en (b) dat (zoals de rechtbank - in cassatie onbestreden - oordeelde) mogelijke bevoordeling bij het tracébesluit van een overheidsbedrijf waarin de Staat zelf (indirect) participeert, niet kan afdoen aan de rechtsgeldigheid van het onteigeningsbesluit. Voor een zelfstandige toetsing door de rechtbank van de noodzaak of rechtmatigheid van de onteigening zou dus slechts plaats zijn geweest, indien hetgeen Chipshol aanvoerde, zo dat juist zou worden bevonden, meebrengt dat de onteigening in het licht van na het onteigeningsbesluit gewijzigde of aan het licht gekomen omstandigheden aan de zijde van de onteigenende partij in strijd is met het recht omdat de onteigening niet (meer) geschiedt ten behoeve van het doel waarvoor volgens het onteigeningsbesluit onteigend wordt of omdat ten gevolge van gewijzigde inzichten met betrekking tot de uitvoering van het aan de onteigening ten grondslag liggend besluit of plan niet (meer) kan worden gezegd dat de onteigening geschiedt ter uitvoering van dat plan. Kennelijk heeft de rechtbank in hetgeen Chipshol heeft aangevoerd ten betoge dat de Staat misbruik van recht maakt door onteigening te vorderen geen beroep gelezen op na het onteigeningsbesluit gewijzigde of aan het licht gekomen omstandigheden aan de zijde van de Staat of op gewijzigde inzichten met betrekking tot de uitvoering van de omlegging van de A9 en heeft zij daaruit de, begrijpelijke, conclusie getrokken dat Chipshol haar betoog onvoldoende heeft onderbouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2fed05ae82bdfe0d70f0d5cf3aca3bd9a56344835329ed9b97dadfa30cde1ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2fed05ae82bdfe0d70f0d5cf3aca3bd9a56344835329ed9b97dadfa30cde1ce, en de alinea staat in dat document op bytes 36705 tot 39231.