Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2014
Onder 4.13 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:499.
Het al of niet compenseren van de proceskosten betreft een bevoegdheid die ter discretie staat van de feitenrechter (HR 15 oktober 1982, ECLI:NL:HR:1982:AC4348, NJ 1983/328). Een beslissing daaromtrent berust op een waardering van de omstandigheden van het geval. Met de gegeven motivering heeft het verwijzingshof er blijk van gegeven de grenzen van art. 237 Rv in acht te hebben genomen. Dat partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld, betwist het onderdeel niet. Veeleer betoogt het onderdeel dat het verwijzingshof gelet op de vaststaande feiten een andere keuze had moeten maken. Voor een dergelijke feitelijke herbeoordeling is in cassatie geen plaats. Het onderdeel stuit daarop af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c227df3513d693951d48af2e89e050c175b07b9f85f7ae7019f738089509d080. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c227df3513d693951d48af2e89e050c175b07b9f85f7ae7019f738089509d080, en de alinea staat in dat document op bytes 34415 tot 35142.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c227df3513d693951d48af2e89e050c175b07b9f85f7ae7019f738089509d080 | shasum -a 256