Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014
Onder 18. Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:507.
Aldus is niet voldoende dat het geschrift is vervaardigd met het oogmerk er iets mee aan te tonen, laat staan met de enkele bedoeling dat de inhoud voor waar zal worden aangenomen. Het moet gaan om een geschrift van een soort , die een bepaalde maatschappelijke rol vervult. In voorkomende gevallen waarin de bewijsbestemming niet zonder meer toekomt aan het in de tenlastelegging genoemde geschrift, dient de rechter dit nader te motiveren. In dit verband kan gewezen worden op HR 13 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF3286, NJ 2009/56, waarin werd geoordeeld dat de bewijsbestemming niet kon worden afgeleid uit de enkele vaststellingen dat brieven afkomstig waren van een jurist van een belastingkantoor, valselijk waren voorzien van naam en handtekening van een ander en gericht waren aan overheidsinstanties, advocatenkantoren en bedrijven. Daarbij nam de Hoge Raad in aanmerking dat het hof niets had vastgesteld omtrent de relevantie van de in de brieven vervatte valse gegevens voor de (rechts)positie van de daarbij betrokken personen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/975f07efdc8cd24240039adc2bb00dd4671c1d8610ae3e1f1c8dfd4f5f1e6139. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 975f07efdc8cd24240039adc2bb00dd4671c1d8610ae3e1f1c8dfd4f5f1e6139, en de alinea staat in dat document op bytes 26142 tot 27457.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/975f07efdc8cd24240039adc2bb00dd4671c1d8610ae3e1f1c8dfd4f5f1e6139 | shasum -a 256