Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014
Onder 23. Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:507.
Het oordeel van het hof dat niet aannemelijk is geworden dat de nabootsing zodanig onvolkomen was dat voor de geadresseerden duidelijk moest zijn geweest dat geen sprake was van een authentiek stuk acht ik evenmin onbegrijpelijk. Dat slechts één van de negen aangeschreven persbureaus het bericht heeft gepubliceerd, zoals door de steller van het middel wordt aangevoerd, doet daaraan niet af. Om met mijn voormalig ambtgenoot Wortel te spreken zou met de strekking van art. 225 Sr niet te verenigen zijn indien de bewijsbestemming van het geschrift niet kan worden aangenomen reeds omdat aannemelijk is dat degene die op het geschrift af zou moeten gaan het ontoereikend of ongeloofwaardig heeft geoordeeld en er daarom niet het door de steller beoogde gevolg aan heeft gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/975f07efdc8cd24240039adc2bb00dd4671c1d8610ae3e1f1c8dfd4f5f1e6139. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 975f07efdc8cd24240039adc2bb00dd4671c1d8610ae3e1f1c8dfd4f5f1e6139, en de alinea staat in dat document op bytes 30090 tot 30948.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/975f07efdc8cd24240039adc2bb00dd4671c1d8610ae3e1f1c8dfd4f5f1e6139 | shasum -a 256