Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014

Onder 31. Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:507.

Ik heb mij nog afgevraagd of de verdachte een voldoende in rechte te respecteren belang bij zijn klacht heeft indien de Hoge Raad met mij van oordeel is dat louter de in het eerste middel opgeworpen klacht over de toereikendheid van de bewijsvoering doel treft. Zoals ik onder 9 heb betoogd, zal het hof bij terugwijzing zonder veel moeite het medeplegen van valsheid in geschrift kunnen bewijzen. Echter, het hof heeft in de aan dit cassatieberoep ten grondslag liggende uitspraak niet het medeplegen maar het plegen van valsheid in geschrift bewezenverklaard. Aldus doet zich hier niet het geval voor “dat een nieuwe handeling van de zaak niet tot een andere uitkomst ten aanzien van de bewezenverklaring zal leiden”. Door hier te oordelen dat de verdachte geen belang heeft bij cassatie zouden we m.i. al te nadrukkelijk op de stoel van de feitenrechter plaatsnemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/975f07efdc8cd24240039adc2bb00dd4671c1d8610ae3e1f1c8dfd4f5f1e6139. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 975f07efdc8cd24240039adc2bb00dd4671c1d8610ae3e1f1c8dfd4f5f1e6139, en de alinea staat in dat document op bytes 33769 tot 34719.