Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014
Onder 10. Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:507.
Evenmin komt het mij als juist voor om de bewijsmiddelen aldus op te vatten dat de verdachte kan worden beschouwd als de functionele dader van het misdrijf. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de rolverdeling tussen de verdachte en zijn medeverdachte erin bestond dat de verdachte de tekst van het persbericht dicteerde en de medeverdachte de tekst vervolgens intypte. Van een concrete beschikkingsmacht dan wel zeggenschap van de verdachte over de gedragingen van zijn medeverdachte – zoals de Hoge Raad in zijn rechtspraak vereist – is niet gebleken, zodat de toerekening aan de verdachte van het opmaken van het persbericht en het versturen ervan reeds daarom niet aan de orde is. In elk geval biedt het bestreden arrest geen aanknopingspunt voor de stelling dat het hof het oog heeft gehad op deze juridische constructie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/975f07efdc8cd24240039adc2bb00dd4671c1d8610ae3e1f1c8dfd4f5f1e6139. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 975f07efdc8cd24240039adc2bb00dd4671c1d8610ae3e1f1c8dfd4f5f1e6139, en de alinea staat in dat document op bytes 21426 tot 22329.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/975f07efdc8cd24240039adc2bb00dd4671c1d8610ae3e1f1c8dfd4f5f1e6139 | shasum -a 256