Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2014

Onder 3.1 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:52.

Hoewel de meeste belastingwetten afzonderlijke hoofdstukken of afdelingen kennen voor een (nadere) definitie van de belastingplichtige, het belastbare feit en de maatstaf van heffing, is dat geen wet van Meden en Perzen. Zo wijst de Wet OB bijvoorbeeld niet de belastingplichtige bij invoer aan (Hoofdstuk III, Heffing ter zake van invoer)(11) en kent de Wet op de dividendbelasting 1965 überhaupt geen afzonderlijke kopjes 'belastingplichtige', 'belastbaar feit' en 'maatstaf van heffing'. Dat geldt ook voor de Wet KSB. Hoewel bij het uitreiken van schoonheidsprijzen wetten met daarin afzonderlijke hoofdstukken of kopjes inzake de aanwijzing van deze essentialia van de belastingheffing mijn voorkeur genieten, betekent dit niet dat een wet die niet expliciet bepaalt: 'belastingplichtige is...' en/of 'belastbaar feit is: ...' niet zou voldoen. Waar het mijns inziens om gaat is of uit de wettelijke bepalingen blijkt wie de belastingplichtige is, wat het belastbare feit is en wat de maatstaf van heffing is.(12)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/331cbe73e6df1d282ecd3d5897f2d12b813d6cd527a031f2aae080327cb58c2c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 331cbe73e6df1d282ecd3d5897f2d12b813d6cd527a031f2aae080327cb58c2c, en de alinea staat in dat document op bytes 76000 tot 77033.