Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:521.

Onvoldoende aannemelijk achtte de Rechtbank echter dat ook het in de woning aangetroffen geld deels in de litigieuze jaren zou zijn verdiend met niet bij de Inspecteur bekende activiteiten. Zij heeft aangenomen dat ƒ 293.174 toebehoorde aan [JJ] en [GG]. Dat het restant ad ƒ 32.758 in 1998 en 1999 met niet bij de Inspecteur bekende werkzaamheden zou zijn verdiend, was volgens de Rechtbank onvoldoende aannemelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408, en de alinea staat in dat document op bytes 73918 tot 74349.