Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014
Onder 5.9 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:521.
Een laatste voorbeeld van onbevoegdelijke fiscale bewijsvergaring is een zaak voor het hof ’s‑Gravenhage uit 1989. Twee Rijksaccountants onderzochten de boeken van een notarispraktijk met het oog op de belastingheffing van die notarispraktijk. De eigen financiële administratie werd afzonderlijk van de cliëntendossiers bewaard, maar wel in dezelfde archiefruimte. De Rijksaccountants raadpleegden eigenmachtig niet alleen de financiële administratie, maar ook de cliëntendossiers en renseigneerden daaruit gegevens aan de inspecteur der registratie en successie, die op grond daarvan een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting aan de belanghebbende (een cliënt van de notaris) opgelegde. Het hof achtte de kennisneming van documenten en verzameling van gegevens voor de belastingheffing van derden, zonder dat de Rijksaccountants zich ervan vergewist hadden of de verschoningsgerechtigde notaris daarvan wetenschap had en zo ja, of hij zich had willen beroepen op zijn verschoningsrecht, in strijd met de zorgvuldigheidsplicht van de fiscus en vernietigde de naheffingsaanslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408, en de alinea staat in dat document op bytes 157432 tot 158597.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408 | shasum -a 256