Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Onder 6.7 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:521.

Een recente zaak voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant betrof een proces-verbaal van verhoor (van de latere belastingplichtige) tijdens een strafrechtelijk onderzoek dat door toedoen van de twee verbalisanten niet geheel overeen kwam met de werkelijkheid. De strafkamer van de rechtbank had het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in haar vervolging wegens drugshandel van de verhoorde omdat daardoor het hele strafvorderlijke onderzoek was besmet. Aan de belanghebbende (de verhoorde) werden vervolgens (navorderings)aanslagen met vergrijpboetes opgelegd op basis van het strafdossier. De sector bestuursrecht van de rechtbank achtte fiscaal-bestuurlijk gebruik van de processen-verbaal waarbij de fabricerende verbalisanten betrokken waren ontoelaatbaar, zowel voor de heffing als voor de beboeting:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408, en de alinea staat in dat document op bytes 179740 tot 180631.