Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Onder 7.12 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:521.

“Tamelijk academisch lijkt de vraag of onrechtmatig verkregen informatie uit de controlefase bruikbaar is in de fiscale strafprocedure. De controlebevoegdheden in de AWR zijn immers dermate ruim dat overschrijding van die bevoegdheden zich niet gemakkelijk zal voordoen. In de literatuur is verdedigd dat in zo’n situatie dat materiaal slechts strafrechtelijk onbruikbaar zou zijn, wanneer niet meer kan worden gesproken van een ‘fair hearing’ of er sprake is van strijd met beginselen van goede procesorde. De belastingkamer van de Hoge Raad lijkt ook in deze richting te denken. In zijn arrest van 11 december 1991, BNB 1992/243 heeft hij namelijk de mogelijkheid erkend dat bewijsmateriaal verkregen onder druk van een antwoordplicht, afhankelijk van de specifieke omstandigheden waaronder het bewijs ter beschikking is gekomen, onbruikbaar kan zijn voor bestraffingsdoeleinden. De strafkamer heeft zich bij mijn weten hierover nog niet uitgelaten.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408, en de alinea staat in dat document op bytes 191070 tot 192115.