Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Onder 7.15 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:521.

“(…) Positief lijkt de benadering van de Hoge Raad in zoverre dat er enige bereidheid lijkt te bestaan om genuanceerder te denken over de term ‘voorbereidend onderzoek’ in artikel 359a Sv. In zijn arrest van 26 juni 2012, LJN BV1642 oordeelde hij immers nog dat deze term beperkt diende te worden geïnterpreteerd, in die zin dat onregelmatigheden die zich niet in dat onderzoek hebben voorgedaan, niet binnen het toetsingskader van artikel 359a Sv vallen. Ook positief lijkt deze beslissing omdat doorgaans handelen van de fiscus niet voor rekening komt van het openbaar ministerie, zoals de Hoge Raad in zijn arrest van 8 mei 2012, LJN BW5002 nog oordeelde. Maar hiertegenover staat dat artikel 359a Sv de strafrechter niet verplicht om consequenties te verbinden aan dit soort onregelmatigheden: kan, zo luidt de formulering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408, en de alinea staat in dat document op bytes 195468 tot 196318.