Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014
Onder 7.15 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:521.
Wellicht dat in recente rechtspraak van de strafkamer van de Hoge Raad een aanknopingspunt moet worden gelezen om daadwerkelijk dergelijk gebruik niet ongestraft te laten (HR 19 februari 2013, NJ 2013, 308 m.nt. B.F. Keulen). Immers, in dat arrest overwoog de Hoge Raad onder meer dat toepassing van bewijsuitsluiting noodzakelijk kan zijn ter verzekering van het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM, zoals daaraan mede door het EHRM uitleg is gegeven. En voorts overweegt hij dat de ruimte om dan van bewijsuitsluiting af te zien (zeer) beperkt is. (ro. 2.4.5) En was het niet het EHRM zelf dat in het Funke-arrest (EHRM 25 februari 1993, NJ 1993, 485 ) bepaalde dat het nemo tenetur-beginsel onderdeel uitmaakte van het fair trial-beginsel?”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408, en de alinea staat in dat document op bytes 196356 tot 197149.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408 | shasum -a 256