Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014
Onder 7.17 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:521.
“De Hoge Raad laat veel ruimte voor het gebruik van bewijsmateriaal dat door particulieren onrechtmatig is verkregen. In geval noch het openbaar ministerie noch de politie enige bemoeienis heeft gehad met de (onrechtmatige) verkrijging van het materiaal, mag het in beginsel voor het bewijs worden gebruikt. Op deze regel is in enkele arresten een uitzondering aanvaard voor de situatie waarin het onrechtmatig optreden van derden zodanige schending van beginselen van een behoorlijke procesorde of veronachtzaming van de rechten van de verdediging in de strafzaak tot gevolg heeft, dat dit dient te leiden tot uitsluiting van bewijsmateriaal dat als gevolg daarvan is verkregen. Deze uitzondering lijkt volgens de rechtspraak van de Hoge Raad niet aan de orde als in de strafzaak niet is tekortgedaan aan het recht van de verdediging om de inhoud van het bewijsmateriaal dat met het optreden in verband staat te betwisten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408, en de alinea staat in dat document op bytes 200059 tot 200997.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408 | shasum -a 256