Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Onder 10.3 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:521.

Hoewel naar nationaal recht op fiscale boetezaken formeel nog steeds de regels en/of beginselen van het belasting(proces)recht van toepassing zijn, en niet zozeer die van het (nationale) straf(proces)recht, is onder invloed van art. 6 EVRM, de herziening van de fiscale en strafrechtelijke wetgeving en uw jurisprudentie een duidelijke scheiding ontstaan tussen de bezwaar- en beroepsprocedures voor zover zij de heffing betreffen en de bezwaar- en beroepsprocedures voor zover zij bestuurlijke beboeting betreffen, en is het fiscale boeterecht duidelijk opgeschoven van het fiscaal-bestuurlijke rechtssysteem naar het strafrechtsysteem. Ik geef daarvan de belangrijkste voorbeelden: (i) de omkering van de bewijslast bij meewerkplichtsverzuim van de belanghebbende kan niet toegepast worden ter zake van de gronden voor boeteoplegging; de belastingrechter moet er bij de boetebepaling rekening mee houden als de belastingheffingsgrondslag – en daarmee de boetebasis – is bepaald met omkering van de bewijslast; (ii) ook jegens een belanghebbende in het bestuursrecht moet de cautie gegeven worden als een voornemen tot beboeting bestaat (art. 5:10a Awb); (iii) u heeft in 2006 het IJzerdraad-arrest van uw eerste kamer geïmporteerd in het fiscale boeterecht en daarmee de strafrechtelijke leer overgenomen dat opzet en grove schuld niet slechts bij de gemachtigde, maar bij de belastingplichtige persoonlijk geconstateerd moeten kunnen worden (inmiddels heeft de belastingwetgever nog meer daderschap en deelneming uit het strafrecht geïmporteerd; zie voetnoot 81); (iv) wilsafhankelijk bewijsmateriaal dat de belastingplichtige onder dwang van (sancties op) bestuurlijke meewerkplichten heeft moeten produceren, kan op grond van het strafrechtelijke nemo tenetur beginsel niet gebruikt worden voor beboetingsdoeleinden, maar wel voor heffingsdoeleinden. (v) Ook kan het afschermen van ambtenaren, getuigen of tipgevers en niet-overlegging van het volledige boetedossier (weigeren van toegang tot het ‘strafdossier’) op grond van art. 6 EVRM gevolgen hebben voor de toelaatbaarheid van bestuurlijke beboeting die kunnen afwijken van die voor de toelaatbaarheid van belastingheffing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408, en de alinea staat in dat document op bytes 233447 tot 236072.