Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Onder 10.18 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:521.

Ik maak uit deze wetsgeschiedenis op dat de medewetgever de bestuursrechter vrij achtte zich bij de beoordeling van (bewijs ten behoeve van) punitieve bestuurlijke sancties te inspireren op de strafrechter en strafprocesrechtelijke bepalingen, maar dat de (niet door hem opgehelderde) ‘eigen aard van het bestuursrecht’ zich verzette tegen ‘eenvoudige gelijkstelling’ van de bestuursrechtelijke beoordelingsmaatstaven voor strafvorderlijk onrechtmatig vergaard bewijsmateriaal aan de strafrechtelijke maatstaven. Ik zie echter niet wat de medewetgever daarmee bedoelde. Dat procedurele fouten alsnog in de bezwaarfase kunnen worden hersteld ten behoeve van de niet-punitieve toepassing van het bestuursrecht en dat de rechter desgeraden aan vormfouten voorbij kan gaan als de belanghebbende niet in zijn belangen geschaad is, verklaart immers op geen enkele wijze waarom de bestuursrechter die daarnaast tevens ‘enigszins’ (?) als strafrechter moet optreden, voor het wél-punitieve traject het bewijsoordeel van de strafrechter niet volgt ter zake van hetzelfde bewijsmateriaal ter zake van dezelfde feiten. De bewering dat aansluiting bij het strafrecht ter zake van onrechtmatigheids- en bruikbaarheidbeoordeling van strafvorderlijk onrechtmatig verkregen materiaal zou leiden tot de noodzaak al het bestuursrechtelijke bewijsrecht te codificeren lijkt manifest onjuist en is in elk geval geheel ongesubstantieerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408, en de alinea staat in dat document op bytes 257800 tot 259277.