Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Onder 10.22 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:521.

Voor de beantwoording van de vraag welk van de vier mogelijke rechtsgevolgen in welk geval gekozen moet worden, heeft uw strafkamer in HR NJ 2004/376 (zie 4.13) en HR NJ 2013/308 (zie 4.14) een catalogus van criteria en af te wegen belangen gegeven. Ook in belastingboetezaken zou rekening kunnen worden gehouden met (i) het belang dat door het geschonden voorschrift wordt gediend, (ii) de ernst van de schending en (iii) het nadeel dat door het verzuim wordt veroorzaakt. Bij factor (iii) is onder meer van belang de vraag of en in hoeverre de belanghebbende daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad. Voorts spelen een rol de omstandigheden van het geval (HR NJ 2004/376, r.o. 3.6.4, en HR NJ 2013/308, r.o. 2.4.1), waaronder de negatieve effecten van het verbinden van rechtsgevolg aan de onrechtmatigheid van de bewijsverkrijging (HR NJ 2013/308, r.o. 2.4.5.) en de mate van verwijtbaarheid van de schending van het voorschrift. Zwaarwegende belangen als waarheidsvinding, bestraffing van de dader van een mogelijk zeer ernstig strafbaar feit en in voorkomende gevallen de rechten van slachtoffers en hun nabestaanden kunnen in het oordeel worden betrokken (HR NJ 2013/308, r.o. 2.4.5.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408, en de alinea staat in dat document op bytes 262353 tot 263627.