Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Onder 11.4 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:521.

Uit het bovenstaande blijkt dat bij de bedoeling van de toelaatbaarheid van het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal ten behoeve van de belastingheffing en de fiscale-boete-oplegging een strenger criterium wordt aangelegd wanneer het gaat om materiaal dat bij gewone controle, dus met heffingsbedoelingen is verkregen (daar geldt het zorgvuldigheidsbeginsel als maatstaf) dan wanneer het gaat om materiaal dat in de strafvorderlijke sfeer, dus met strafvervolgingsbedoelongen is verkregen (daar geldt het ‘zo zeer in strijd’-criterium). Als het gaat om de laatste soort bewijsmateriaal moet het gedrag van de betrokken ambtenaren – kort gezegd – de spuigaten uitlopen voordat de rechter ingrijpt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408, en de alinea staat in dat document op bytes 272915 tot 273646.