Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Onder 13.8 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:521.

Voorts zal het verwijzingshof voor de belastingheffing moeten beoordelen of de wijze waarop het bewijsmateriaal is verkregen en vervolgens in handen van de fiscus is geraakt, de toets van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur doorstaat en zo neen, welk gevolgen, if any, dat heeft voor de navorderingsaanslagen. Daarbij merk ik op dat ook de fiscus zelfstandig bewijs heeft vergaard (zie 2.10 t/m 2.12). Het cassatieberoep van de belanghebbende ziet slechts op het gebruik van het strafvorderlijk verkregen bewijs. Hij stelt dus kennelijk niet dat de resultaten van des fiscus’ eigen onderzoek verboden vruchten zijn van de gediskwalificeerde strafvorderlijke onderzoeksresultaten en daardoor eveneens onbruikbaar zouden zijn. Het verwijzingshof kan dus in elk geval het zelfstandig door de fiscus vergaarde bewijsmateriaal toelaten. Ik merk voorts op dat de fiscus vergaande controlebevoegdheden heeft en dat de belanghebbende zijn daar tegenover staande meewerkverplichtingen voor de heffing niet kon afweren met de stelling dat hij een criminal charge niet kon uitsluiten en daarom niet zou hoeven meewerken aan de heffing .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a0bf7ad3af074bf6ffc12ea966219f9ac5eb7fbf192290cb853b925e3e60408, en de alinea staat in dat document op bytes 303010 tot 304335.