Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014

Onder 3.50 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:526.

Indien de publiekrechtelijke regeling niet voorziet in de kwestie van het gebruik van privaatrechtelijke bevoegdheden ter behartiging van dezelfde belangen, moet ter beantwoording van de vraag of gebruikmaking van het privaatrecht leidt tot een onaanvaardbare doorkruising van die regeling gelet worden op, onder meer, de inhoud en strekking van de regeling (die mede kan blijken uit haar geschiedenis) en op de wijze waarop en de mate waarin in het kader van die regeling de belangen van burgers zijn beschermd, een en ander tegen de achtergrond van de overige geschreven en ongeschreven regels van publiekrecht. Van belang is voorts of de overheid door gebruikmaking van de publiekrechtelijke regeling een vergelijkbaar resultaat kan bereiken als door gebruikmaking van de privaatrechtelijke bevoegdheid, omdat, zo zulks het geval is, dit een belangrijke aanwijzing is dat geen plaats is voor de privaatrechtelijke weg. Of sprake is van een vergelijkbaar, of ook wel gelijkwaardig resultaat, laat zich mede beoordelen aan de hand van de gemoeide tijd en inspanning, alsmede het daaraan verbonden kostenrisico.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4ffca3c86eb288ffd53114249b9ed8f2a14081b00a82aba5c12be10f81646bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4ffca3c86eb288ffd53114249b9ed8f2a14081b00a82aba5c12be10f81646bb, en de alinea staat in dat document op bytes 84928 tot 86180.