Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014
Onder 3.66 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:526.
Uit het voorgaande volgt dat de wetgever zich bij de ontwikkeling van de wettelijke regeling reeds bewust is geweest van de bijzondere positie van de meeste grondeigenaren als publiekrechtelijk lichaam. Nu de wetgever bij de opzeggingsmogelijkheden van art. 5:87 lid 3, tweede volzin, BW duidelijk ook aan het gebruik hiervan door overheden heeft gedacht, is hierin mijns inziens tevens een voldoende wettelijke grondslag voor dit gebruik te vinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4ffca3c86eb288ffd53114249b9ed8f2a14081b00a82aba5c12be10f81646bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4ffca3c86eb288ffd53114249b9ed8f2a14081b00a82aba5c12be10f81646bb, en de alinea staat in dat document op bytes 110528 tot 110990.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a4ffca3c86eb288ffd53114249b9ed8f2a14081b00a82aba5c12be10f81646bb | shasum -a 256