Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014
Onder 3.69 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:526.
Tegen de achtergrond van het hiervoor betoogde is de omstandigheid dat de opzegging van het opstalrecht door de grondeigenaar in het algemeen belang leidt tot een (schade)vergoeding aan de opstaller die niet gelijk behoeft te zijn aan die bij onteigening, en dat de rechtsbescherming ook overigens (procedureel en wat betreft de proceskosten) niet op gelijke wijze is vormgegeven als bij onteigening, niet van doorslaggevend belang. Reeds eerder is uitgemaakt dat het enkele feit dat de rechtsbescherming tegen de uitoefening door de overheid van de in de publiekrechtelijke regeling aan haar gegeven mogelijkheden in handen is gelegd van de bestuursrechter, ondanks enige verschillen op het vlak van de rechtsbescherming, onvoldoende gewicht in de schaal legt bij het antwoord op de vraag of sprake is van een zodanig bijzondere publiekrechtelijke regeling dat het gebruik van het privaatrecht, met de bijbehorende rechtsbescherming via de burgerlijke rechter, niet toegestaan is te achten. De verschillen in rechtsbescherming op zich zijn over het algemeen immers niet zodanig dat hieraan reeds een dergelijke conclusie moet worden verbonden. Van belang is wel dat, zoals het hof heeft vastgesteld, bij de opzegging van het opstalrecht door de grondeigenaar sprake is van een – speciaal op deze situatie toegespitste, aan de aard van het opstalrecht inherente en grotendeels dwingendrechtelijk voorgeschreven – wettelijke regeling die recht geeft op een zekere vergoeding op basis van de waarde in het economisch verkeer, en dat ook hier de mogelijkheid bestaat om de opzegging door de rechter te laten toetsen. Voorts vermeldt Vonck dat in de meeste gevallen een erfpachter geen periodieke vergoeding betaalt voor het gebruik van de opstallen, maar de canon slechts wordt berekend over het gebruik van de grond, en in die gevallen het erfpachtrecht in beginsel zoveel waard is als de opstallen. In geval van een opstalrecht geldt dit mijns inziens a fortiori. Ten slotte is een opstalhouder voor wat betreft de schadeloosstelling niet steeds beter af in een onteigening dan bij opzegging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4ffca3c86eb288ffd53114249b9ed8f2a14081b00a82aba5c12be10f81646bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4ffca3c86eb288ffd53114249b9ed8f2a14081b00a82aba5c12be10f81646bb, en de alinea staat in dat document op bytes 114355 tot 116719.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a4ffca3c86eb288ffd53114249b9ed8f2a14081b00a82aba5c12be10f81646bb | shasum -a 256