Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014

Onder 3.70 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:526.

In het onderhavige geval zijn er dan ook geen dringende redenen om de contractuele opzeggingsbevoegdheid van het Hoogheemraadschap als een onaanvaardbare doorkruising van de Onteigeningswet aan te merken. Het kennelijk in die zin te begrijpen oordeel van het hof in rov. 45 geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het hof miskent daarbij geenszins dat er verschillen (kunnen) bestaan tussen een vergoeding op grond van de Onteigeningswet en een vergoeding ex art. 5:104 lid 2 jo 5:87 lid 3, tweede volzin, BW, maar het acht deze verschillen niet van doorslaggevend belang. Voor zover het onderdeel ervan uitgaat dat het hof heeft geoordeeld dat deze vergoedingen gelijk zijn, mist het feitelijke grondslag. Evenmin maken de (overige) verschillen in rechtsbescherming de overweging dat van een onaanvaardbare doorkruising geen sprake is, onbegrijpelijk, dit mede gelet op de vaststelling van het hof dat ook de toepassing van de opzeggingsmogelijkheid door de opstalhouder aan een rechterlijk oordeel kan worden onderworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4ffca3c86eb288ffd53114249b9ed8f2a14081b00a82aba5c12be10f81646bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4ffca3c86eb288ffd53114249b9ed8f2a14081b00a82aba5c12be10f81646bb, en de alinea staat in dat document op bytes 116820 tot 117868.