Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:531.

2.7 Het hof is van oordeel dat uit de verklaringen van [eiser] en [betrokkene 2], in onderling verband en in samenhang bezien en mede gelet op het in rechtsoverweging 2.3 overwogene [over de bewijskracht van de verklaring van een partijgetuige; A-G], de aan [eiser] te bewijzen opgedragen gang van zaken niet voldoende aannemelijk is geworden. Het hof acht de verklaring van [betrokkene 2] op essentiële punten niet zodanig sterk dat zij de verklaring van [eiser] als partijgetuige voldoende geloofwaardig maakt. Immers ten aanzien van de twee cardinale punten, te weten de inhoud van het aan het huisbezoek van [betrokkene 1] vooraf gaande telefoongesprek en van hetgeen vervolgens bij dat huisbezoek tussen hem en [eiser] is besproken, heeft [betrokkene 2] niet uit eigen wetenschap verklaard. Aldus kan de verklaring van [eiser], inhoudend dat [betrokkene 1] hem bij zijn ondertekening niet op het hogere rente-percentage heeft gewezen, geen bewijs in zijn voordeel opleveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fed87cb7d502b2c315ba2ab3694ec1b203aedaf3fe246e79c9e1b661c373555c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fed87cb7d502b2c315ba2ab3694ec1b203aedaf3fe246e79c9e1b661c373555c, en de alinea staat in dat document op bytes 12247 tot 13241.