Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2014
Onder 4.6. Parket bij de Hoge Raad 15 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:547.
In de onderhavige zaak heeft het Hof de beslissing tot bewijsuitsluiting gegrond op de hiervoor onder 1 genoemde noodzaak ter verzekering van het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM. Daarbij geldt, zo volgt uit HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321, dat de drie factoren van art. 359a lid 2 Sv bij de beoordeling in acht dienen te worden genomen, maar níet dat het bewijs door het vormverzuim moet zijn verkregen. Bovendien is de ruimte om af te zien van bewijsuitsluiting terwijl de verzekering van het recht op een eerlijk proces in het geding is, zeer beperkt. Als voorbeelden waarin deze reden van bewijsuitsluiting aan de orde is, heeft de Hoge Raad genoemd de rechtspraak over schending van het recht op rechtsbijstand bij het politieverhoor , alsmede de rechtspraak over door de verdachte afgelegde verklaringen tegenover een undercoveragent die zich heeft voorgedaan als medegedetineerde van de verdachte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/684e9ee99ed882507b393aa9f1a64c6e8c91b9941be52f30cdb4e6254b0c069f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 684e9ee99ed882507b393aa9f1a64c6e8c91b9941be52f30cdb4e6254b0c069f, en de alinea staat in dat document op bytes 45408 tot 46503.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/684e9ee99ed882507b393aa9f1a64c6e8c91b9941be52f30cdb4e6254b0c069f | shasum -a 256