Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2014

Onder 4.10. Parket bij de Hoge Raad 15 april 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:547.

Deze te maken afweging bij de vraag of sprake is van schending van het recht op een eerlijk proces ligt in lijn met de overwegingen in HR 16 april 2013,ECLI:NL:HR:2013:BZ7150, NJ 2013/248. In deze strafzaak werd in cassatie bij de vraag of sprake was van schending van art. 6 EVRM immers in aanmerking genomen dat de verdediging in de gelegenheid is gesteld de verkeersongevalsanalisten die het - door de verdediging betwiste - onderzoek hadden uitgevoerd als getuige-deskundigen te ondervragen en dat de verdediging aan de hand van foto's van de autobanden om commentaar heeft gevraagd op de stelling van de verdediging dat de achterbanden niet door normaal gebruik maar door het zijdelings schuiven tijdens het ongeval zijn afgesleten tot de in de bewezenverklaring vermelde profieldiepte. Gelet op dit verhandelde ter terechtzitting was het oordeel van het Hof dat, ook indien ten onrechte (doch niet doelbewust) geen tegenonderzoek heeft plaatsgevonden, geen sprake is van schending van het beginsel van een eerlijke procesvoering niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/684e9ee99ed882507b393aa9f1a64c6e8c91b9941be52f30cdb4e6254b0c069f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 684e9ee99ed882507b393aa9f1a64c6e8c91b9941be52f30cdb4e6254b0c069f, en de alinea staat in dat document op bytes 50454 tot 51523.