Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2014
Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2014, ECLI:NL:PHR:2014:547.
Zoals hiervoor onder A4.2 overwogen is het hof van oordeel dat bij het voorbereidend onderzoek een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is begaan. Ten aanzien van de vraag welke rechtsgevolg aan dit verzuim moet worden verbonden heeft het hof, rekening houdende met de in artikel 359a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, genoemde factoren, overwogen dat het verzuim niet dient te leiden tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie. Vervolgens komt de vraag aan de orde of aan de geschonden norm het rechtsgevolg van uitsluiten van het bewijs moet worden verbonden. Het hof overweegt daartoe als volgt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/684e9ee99ed882507b393aa9f1a64c6e8c91b9941be52f30cdb4e6254b0c069f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 684e9ee99ed882507b393aa9f1a64c6e8c91b9941be52f30cdb4e6254b0c069f, en de alinea staat in dat document op bytes 27350 tot 28062.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/684e9ee99ed882507b393aa9f1a64c6e8c91b9941be52f30cdb4e6254b0c069f | shasum -a 256